re-integratie kiezen logo

Wat is de WIA?

De WIA staat voor Wet Werk en Inkomen en trad in 2005 in werking als opvolger van de WAO. De WIA regelt een uitkering bij ziekte of arbeidsongeschiktheid na de wettelijke loondoorbetalingstermijn. Het idee van de WIA is dat mensen met een arbeidsbeperking waar mogelijk weer aan het werk kunnen. Typerend voor de WIA is dat ze uit twee uitkeringen bestaat. Mensen die deels arbeidsongeschikt zijn komen in de WGA en mensen die niet meer kunnen werken komen in de IVA. In dit artikel meer over de criteria die gelden voor de WGA en IVA, de WIA-premie en de WIA-beoordeling.

Criteria arbeidsongeschiktheid voor WGA of IVA

Een werknemer krijgt een WGA-uitkering als deze minstens 35% maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is. Een werknemer krijgt ook een WGA-uitkering bij minstens 80% arbeidsongeschiktheid met een redelijke kans op herstel, ofwel tijdelijk arbeidsongeschikt. De WGA-uitkering die de werknemer ontvangt, is een aanvulling op het loon. Een werknemer heeft recht op een IVA-uitkering wanneer deze na de wachttijd van 104 weken volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is verklaard. Dit geldt als de werknemer niet meer dan 20% van het laatstverdiende loon kan verdienen én een geringe kans op verbetering heeft binnen een tijdvlak van 5 jaar.   

WIA-premie

De WIA is een verplichte werknemersverzekering en de premie wordt betaald door de werkgever. De premie voor de WIA bestaat uit twee onderdelen: de basispremie en de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De basispremie voor 2022 is vastgesteld op 7,05% voor grote en middelgrote werkgevers en 5,49% voor kleine werkgevers. In het geval de werkgever eigenrisicodrager is voor de WGA dan geldt als premiecomponent 0%. Na twee jaar ziekte hebben werknemers de mogelijkheid om een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan te vragen bij het UWV. Welke WIA-uitkering de werknemer uiteindelijk krijgt, wordt bepaald door de mate van arbeidsongeschiktheid. Zowel voor werknemer als werkgever kan dit grote consequenties hebben. 

WIA-beoordeling 

Voorafgaand aan de WIA beoordeling toetst het UWV of werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben verricht. Zo wordt er gekeken of de werkgever 1e spoor en 2e spoor tijdig heeft ingezet. Op grond van de WIA kan het UWV een loonsanctie opleggen aan de werkgever als er onvoldoende resultaat is geleverd en deze onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De loonsanctie kan betekenen dat de werkgever het loon van de werknemer maximaal 52 weken langer moet doorbetalen. De werkgever kan de vastgestelde tekortkomingen herstellen en in dat geval eindigt de loonsanctie zes weken nadat het UWV dit herstel heeft vastgesteld.  

 
 

Vind een re-integratiedeskundige
Zoek contact met re-integratiebureaus in uw regio voor re-integratiebegeleiding en vragen over de WIA.