De Quick Start van het UWV is een praktische aanvulling op de Werkwijzer Poortwachter. Ze biedt werkgevers op hoofdlijnen ondersteuning bij de stappen die nodig zijn voor de re-integratie van een zieke werknemer. De Quick Start is bedoeld als laagdrempelig handvat voor werkgevers met betrekking tot hun re-integratieverplichtingen en het tijdig inschakelen van deskundigen. Hieronder volgt een overzicht van de stappen en verantwoordelijkheden, met een link naar het volledige Quick Start-document onderaan.
Vanaf het moment van ziekmelding bent u als werkgever verantwoordelijk voor de verzuimbegeleiding. In deze beginfase betekent dit vooral: regelmatig contact houden, betrokkenheid tonen en indien mogelijk de werknemer uitnodigen op de werkplek. Het doel is om het contact warm te houden en te kijken of (gedeeltelijke) werkhervatting al mogelijk is.
Na zes weken stelt de bedrijfsarts een probleemanalyse op. Dit is de formele start van het re-integratietraject. Uiterlijk in de achtste week stelt u samen met de werknemer een Plan van Aanpak op. Hierin legt u afspraken vast over de manier waarop de werknemer gaat re-integreren.
Kan uw werknemer (gedeeltelijk) werken? Dan geeft de bedrijfsarts aan onder welke voorwaarden dat mogelijk is. Op basis daarvan beoordeelt u:
De afspraken in het Plan van Aanpak vormen de leidraad voor de re-integratie. Iedere zes weken bespreekt u samen met uw werknemer de voortgang. Na 52 weken volgt de eerstejaarsevaluatie. Deze evaluatie legt u vast in het evaluatieformulier van het UWV. Als de situatie verandert - bijvoorbeeld doordat de belastbaarheid toeneemt - dan past u het Plan van Aanpak daarop aan.
Geeft de bedrijfsarts aan dat de voorwaarden waaronder de werknemer kan werken zijn gewijzigd? Dan beoordeelt u de re-integratiemogelijkheden opnieuw binnen uw organisatie.
De bedrijfsarts valt onder uw verantwoordelijkheid als werkgever. Het is belangrijk om te zorgen voor voldoende contactmomenten tussen bedrijfsarts en werknemer. U blijft eindverantwoordelijk voor het hele re-integratieproces.
Twijfelt u of er nog mogelijkheden zijn binnen uw organisatie (eerste spoor)? Dan kunt u een arbeidsdeskundige inschakelen. Die voert een arbeidsdeskundig onderzoek uit. De uitkomst en rapportage voegt u toe aan het re-integratiedossier. Let op: deze bevindingen kunnen gevolgen hebben voor het Plan van Aanpak. Lees de rapportages dus altijd kritisch door.
Is er binnen uw organisatie geen passend werk meer beschikbaar? Dan start u re-integratie tweede spoor. Voor dit traject, dat vaak na 52 weken ziekte begint, schakelt u doorgaans een re-integratiebedrijf in. U maakt samen een plan voor re-integratie buiten uw organisatie. Dit plan bestaat uit onder meer een persoonsprofiel en een zoekprofiel, waarmee het re-integratietraject richting krijgt. Ook hierbij blijft u als werkgever verantwoordelijk voor de keuze van een deskundige partij.
Zolang het dienstverband voortduurt, bent u verplicht om alles te doen om re-integratie binnen uw organisatie mogelijk te maken - ook als er al een tweede spoortraject loopt. Dit heet het tweesporenbeleid: eerste én tweede spoor lopen dan naast elkaar.
Let op: ook uw werknemer heeft re-integratieverplichtingen. Hij of zij moet meewerken aan het traject. Doet de werknemer dat niet, dan kunt u maatregelen nemen, zoals:
Als de re-integratie stagneert of als er twijfel is over de inzet of mogelijkheden van werknemer of werkgever, kunt u bij het UWV een deskundigenoordeel aanvragen. Dat kan duidelijkheid geven over bijvoorbeeld de passendheid van werk of de voortgang van het traject.
Kom in contact met re-integratiebureaus in uw regio voor re-integratiebegeleiding op maat