re-integratie kiezen logo

Is het nieuwe gehandicaptenplan een verbetering?

31-01-2019

In 2015 sloten de deuren van de sociale werkplaatsen. Het kabinet Rutte II had ambitieuze plannen voor de mensen met een handicap die hierdoor thuis kwamen te zitten. Deze mensen moesten aan het werk in reguliere bedrijven, met collega’s zonder handicap. De doelstelling was ambitieus: er moesten voor 2025 125.000 extra banen gecreëerd worden voor mensen met een beperking. De verantwoordelijkheid van de uitvoering van deze nieuwe maatregel kwam bij de gemeenten te liggen. Zij kregen de vrijheid om hun eigen beleid ontwikkelen om deze doelstelling te behalen. Om daarin te ondersteunen werd de loonkostensubsidie in het leven geroepen.

Werking van de loonkostensubsidie

Een werkgever die een werknemer met beperking in dienst neemt, kan aanspraak maken op loonkostensubsidie. Dit is alleen mogelijk wanneer de werknemer met beperking minder productief is dan een werknemer zonder beperking. Voor dat verschil in productiviteit kan de werkgever dan compensatie aanvragen bij de gemeente, in de vorm van loonkostensubsidie. Deze subsidie compenseert daarbij voor maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Deze regeling zou eraan moeten bijdragen dat die 125.000 extra banen gerealiseerd zouden worden. Nu we een aantal jaren verder zijn blijkt dat er maar mondjesmaat banen bijkomen. Veel mensen die eerder in sociale werkplaatsen werkten, zitten nu thuis. Uit onderzoek blijkt dat gemeenten ver achter blijven met de te behalen doelstellingen. Maar liefst 75% van de gemeenten krijgt het niet voor elkaar om de taakstelling nieuw beschut werk uit te voeren. Daarnaast wordt loonkostensubsidie veel minder ingezet dan vooraf was verwacht. Begrijpelijk dat kabinet Rutte III daarom besloot dat nieuwe maatregelen noodzakelijk zijn.

Van loonkostensubsidie naar loondispensatie

Staatssecretaris van Ark besloot begin 2018 dat loondispensatie de loonkostensubsidie zou moeten vervangen. Bij loondispensatie is de werkgever niet meer verplicht om het wettelijk minimumloon te betalen. In plaats daarvan kan een werknemer bij de gemeente vragen om een aanvulling op het salaris, zodat toch het minimumloon verkregen wordt. De administratieve lasten zouden bij invoering dus verschuiven van werkgever en werknemer. Daarnaast zou de aanvulling gaan afhangen van andere factoren, zoals het inkomen van de partner van de werknemer. In de praktijk zou dit dus kunnen betekenen dat de werknemer aan de slag moet voor misschien niet eens de helft van het minimumloon. Vakbonden, maar ook werkgevers bleken deze constructie niet te zien zitten. Werkgevers gaven aan bang te zijn dat de werknemer door het lage inkomen minder gemotiveerd zou zijn om te blijven werken. Ook deze werknemers zelf lieten van zich horen. Hoewel het de bedoeling was dat de loondispensatie in 2019 ingevoerd zou worden, heeft staatssecretaris Van Ark er vanwege die grote weerstand van af te zien. Toch blijven aanpassingen noodzakelijk.

Eenduidiger regelgeving vanaf 1 april 2019

Een eerste aanpassing die nu doorgevoerd zal gaan worden, is het versimpelen van de regelgeving omtrent de berekening van loonkostensubsidie. Momenteel zijn er maar liefst zes gebruikte methodieken om de loonwaarde vast te stellen van een medewerker met een beperking. Op basis van de berekende loonwaarde wordt de hoogte van de loonkostensubsidie vastgesteld, die vervolgens door de gemeente aan de werkgever wordt vergoed. De verschillende rekenmethoden zorgen voor verschillende uitkomsten en dus ook verschil in vergoeding. Om dit op te lossen, zal er vanaf 1 april 2019 nog maar een rekenmodel voor het bepalen van de loonwaarde gebruikt worden. Verder wil staatssecretaris Van Ark het voor mensen met een beperking interessanter maken om meer uren te gaan werken. Momenteel krijgen deze mensen een aanvulling tot bijstandsniveau. Wanneer ze meer uren gaan werken, gaat hun nettoloon niet omhoog. Het loont nu dus niet om extra te gaan werken. Van Ark wil ervoor zorgen dat deze werknemers €130 per maand boven bijstandsniveau mogen bijverdienen, zonder dat ze gekort worden.

Positieve reacties en effecten

De reacties op de nieuwe plannen zijn voorzichtig positief. Frouke van Rijn, werkzaam bij Matchforce en gespecialiseerd in onder andere begeleiding van Wajongers: “Het is goed dat er nu meer eenduidigheid komt in regelgeving. Eén duidelijke regeling is beter werkbaar voor werkgevers én werknemers.” Veel mensen met een beperking zijn blij dat het plan van de baan is om hen voor minder dan het minimumloon te laten werken. Frouke van Rijn: “Het is positief dat werknemers met een beperking nu meer kunnen verdienen zonder gekort te worden op hun uitkering. Het zou fijn zijn als deze nieuwe regeling ook zorgt voor minder rekenwerk.” Gemeenten geven aan blij te zijn met de wijziging in de plannen, omdat zij ook bang waren voor een demotivatie van de doelgroep door de aangekondigde loondispensatie. Tegelijkertijd lijken juist de gemeenten een zwakke schakel te zijn in dit verhaal. Doordat gemeenten hun eigen beleid mogen bepalen, verschilt dit onderling sterk. Ook de resultaten verschillen sterk. Hoewel de veranderingen in de regelgeving een kleine stap in de goede richting lijken te zijn, zal er hoogstwaarschijnlijk meer nodig zijn om de doelstelling van 125.000 extra banen in 2025 te behalen.

Blog