Het aantal jonge artsen dat kiest voor het vak bedrijfsarts is de afgelopen tien jaar sterk gegroeid. Waar rond 2014 nog ongeveer twintig artsen startten met de opleiding, waren dat er in 2024 circa 140. Deze ontwikkeling is relevant voor het re-integratiedomein, waar de bedrijfsarts een sleutelrol speelt bij verzuimbegeleiding en terugkeer naar werk.

Het ziekenhuis gold lange tijd als de vanzelfsprekende bestemming voor jonge artsen. Die vanzelfsprekendheid neemt af. Steeds meer artsen oriënteren zich tijdens of na hun opleiding op functies buiten het ziekenhuis. De bedrijfsgeneeskunde profiteert daarvan, mede doordat het vak meer voorspelbaarheid en regelmaat biedt. Ook zij-instromers, zoals huisartsen en medisch specialisten, weten het vak vaker te vinden.
De keuze voor het vak bedrijfsarts past bij een bredere verandering in de medische wereld. Jongere artsen maken vaker een bewuste afweging tussen inhoud, werkdruk en privéleven. Het beroep wordt minder gezien als een roeping zonder grenzen en meer als een professioneel vak binnen duidelijke kaders. Die benadering maakt het mogelijk om met aandacht en continuïteit werknemers te begeleiden, zonder structureel overwerken.
Voor re-integratie kan de groei van het aantal bedrijfsartsen gunstig uitpakken. Meer beschikbare artsen betekent in de praktijk vaak betere bereikbaarheid en meer ruimte voor zorgvuldige begeleiding. Daarnaast biedt de bedrijfsgeneeskunde ruimte om verder te kijken dan individuele klachten. Door ook werkomstandigheden en organisatiecontext te betrekken, kan worden gewerkt aan duurzame oplossingen en het voorkomen van herhaalde uitval. Dat sluit aan bij de behoefte aan realistische en toekomstgerichte re-integratie.
Terug naar blog