re-integratie kiezen logo

Blog Re-integratie Kiezen

In ons blog vindt u het laatste nieuws over re-integratie, interviews met re-integratieprofessionals en andere praktische artikelen gerelateerd aan re-integratie.


UWV stopt met terugvorderen voorschotten arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

31-08-2021

Het UWV stopt met het terugvorderen van voorschotten voor WIA-uitkeringen. Het gaat dan om zieke mensen die na maanden wachten op hun keuring toch geen recht blijken te hebben op een WIA-uitkering. Voorschotontvangers kunnen in financiële problemen komen als ze het bedrag dat over een langere periode tot stand is gekomen opeens moeten terugbetalen. 


Achterstanden

Volgens de wet moeten mensen die een aanvraag doen voor een WIA-uitkering binnen acht weken gekeurd worden. Als dit niet lukt dan kom je in aanmerking voor een voorschot. Zo wordt voorkomen dat je lang zonder inkomen komt te zitten. De praktijk is echter dat het UWV met werkachterstanden kampt, versterkt door de coronamaatregelen. Het duurt nu gemiddeld ruim drie maanden en soms wel een jaar voordat iemand wordt gekeurd. Gebleken is dat sommige voorschotontvangers in financiële problemen geraken omdat ze met terugwerkende kracht een periode zonder inkomen komen te zitten. Voor 2021 verwacht het UWV 18.000 niet op tijd te kunnen keuren. 

Maatregelen

Het UWV heeft na overleg met het ministerie van sociale zaken nu besloten om te stoppen met het terugvorderen van de voorschotten. Ook is er een speciaal team WIA-voorschotten opgezet dat persoonlijk contact gaat zoeken met betrokkenen. Verder wordt de mogelijkheid onderzocht om bij een voorschot alvast te starten met de re-integratiedienstverlening. UWV-bestuurder Guus van Weelden geeft aan het niet redelijk te vinden dat mensen de dupe worden van vertragingen waar zij geen invloed op hebben. De maatregel geldt voor iedereen die op 1 januari 2020 een voorschot had of daarna een voorschot gekregen heeft. Wie al het voorschot helemaal of gedeeltelijk heeft terugbetaald, krijgen het geld teruggestort.


Werknemers met kanker of herseninfarct gebaat bij gespecialiseerde re-integratiebureaus

24-08-2021

Mensen met kanker, hersenletsel, een burn-out of chronische vermoeidheid, voelen zich beter geholpen bij een gespecialiseerd re-integratiebureau dan bij de bedrijfsarts. Dat zegt hoogleraar en revalidatiearts Coen Van Bennekom in het NRC


Complex re-integratieproces

Het re-integratietraject na een herseninfarct, burn-out of kanker is vaak complex. Werknemer en werkgever moeten onder deze moeilijke omstandigheden uitdokteren of en hoe er in de toekomst weer gewerkt kan worden. In dat proces spelen arts, bedrijfsarts, UWV, zorgverzekeraar en werkgever en werknemer allemaal een rol, en elk met hun eigen belang. Om dit complexe re-integratieproces in goede banen te leiden gaan bedrijven steeds vaak in zee met gespecialiseerde re-integratiebureaus. Naast bijzonder hoogleraar revalidatie en arbeid aan de Universiteit van Amsterdam is Van Bennekom als revalidatiearts gespecialiseerd in niet-aangeboren hersenletsel (NAH) verbonden aan het Noord-Hollands revalidatiecentrum Heliomare. Volgens hem zijn patiënten vaak gebaat bij dit soort bureaus omdat ze zich bij deze begeleiding beter gehoord en erkend voelen dan bij een regulier re-integratiebureau of de bedrijfsarts. 

Nog te weinig kennis bij UWV en bedrijfsartsen

Volgens Van Bennekom is het goed dat er meer gespecialiseerde re-integratiebureaus bijkomen voor kanker, hersenletsel of burn-out. 'Ik denk dat het goed is dat er mensen zijn die kennis hebben van jouw situatie – en of het dan een heel bureau moet zijn of gespecialiseerde mensen binnen een regulier bureau, maakt me niet zoveel uit.' Tegelijkertijd wijst hij er op dat het ook gewoon een markt die naast goede ook slechte bureaus kan aantrekken. Maar volgens Van Bennekom is het werkelijke probleem dat er nog te weinige specifieke kennis zit bij het UWV en revalidatie- en bedrijfsartsen. Zo noemt hij het voorbeeld van niet-aangeboren hersenletsel dat veel onzichtbare gevolgen kent. Het is lastig voor het re-integratieproces als de kennis van de bedrijfsarts hierover tekort schiet. Gespecialiseerde re-integratiebureaus hebben als voordeel hebben dat er vaak re-integratiecoaches werken die zelf kanker of een chronische ziekte hebben of hadden en dat wordt door werknemers en patiënten herkend en gewaardeerd.


Meer vacatures dan werklozen

17-08-2021

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat er meer banen dan werkzoekenden zijn. Volgens hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS is dat in 50 jaar niet gebeurd.  


Werkloosheidsontwikkeling

Al drie kwartalen daalt de werkloosheid. In het 2e kwartaal in 2021 waren er nog maar 307.000 mensen werkloos. Dat is 3,3 procent van de beroepsbevolking. Tevens gingen meer werklozen aan de slag dan dat werkenden hun baan verloren. Volgens het CBS was het aantal mensen dat stopte met het zoeken naar een baan bijna even groot als het aantal baanzoekers. Tegenover elke 100 banen staan nu 106 vacatures open. Eind juni stonden in totaal 307.000 vacatures open. 

Sectoren met tekorten

Eerder meldden we al op deze website dat uiteenlopende sectoren te kampen hebben met tekorten: van de horeca tot hoveniers. Net als in het vorige kwartaal blijkt dat de handel, zakelijke dienstverlening en de zorg de meeste vacatures voor hun rekening nemen. Deze drie sectoren tezamen zijn zelfs goed voor de helft van de openstaande vacatures. Tegelijkertijd zien we over de hele breedte van de arbeidsmarkt het aantal vacatures sterk groeien. Bij sommige sectoren, zoals de horeca, zorgen de coronaversoepelingen voor een extra krapte. 



Ziekteverzuim terug op niveau van voor corona

31-07-2021

In het 2e kwartaal is het aantal ziektemeldingen gestegen ten opzichte van vorig jaar. Dat meldt de Arbo Unie. Het ziekteverzuim is daarmee terug op het niveau van voor de coronacrisis. Tegelijkertijd meldden werknemers zich het afgelopen kwartaal minder lang ziek. De gemiddelde verzuimduur nam dus af.  


Terug naar het oude ziekteverzuim


In het coronajaar 2020 waren er opvallend weinig ziektemeldingen. Een verklaring hiervoor kan gevonden worden in het thuiswerken waardoor bijvoorbeeld de gebruikelijke griep zich op kantoor niet kon verspreiden. Maar als mensen zich ziek meldden in 2020, was het gemiddeld genomen wel langer. Inmiddels ligt het ziekteverzuim weer op het niveau van 2018 en 2019. De gemiddelde verzuimduur nam af: van 18 dagen in het 2e kwartaal vorig jaar naar 6 dagen in het afgelopen kwartaal. Het verzuim nam bij de overheid toe met 28 procent, in het basisonderwijs met 26 procent, in de industrie met 19 procent. 

Psychisch verzuim


Bedrijfsarts Corné Roelen van de Arbo Unie noemt het opvallend dat het psychisch verzuim, waaronder een burn-out, het afgelopen kwartaal is afgenomen. Je verwacht dat het thuiswerken, de sociale inperkingen en alle andere beperkingen tezamen tot een hoger psychisch verzuim zouden leiden. Maar dat viel dit jaar alleszins mee. Tegelijkertijd waarschuwt Roelen in een persbericht voor te veel optimisme. 'In tijden van crisis werken mensen vaak op adrenaline en op de automatische piloot door. Dat kan lang goed gaan, maar op een gegeven moment komt toch de man met de hamer.'



Arbeidsmarktkrapte voor steeds meer beroepsgroepen

05-07-2021

Uit een analyse van de NOS op basis van cijfers van het UWV blijkt dat er steeds meer schaarste ontstaat voor uiteenlopende beroepsgroepen. Nieuwkomers zijn bijvoorbeeld loopbaanadviseurs, verkopers, tuiniers en receptionisten. De tekorten zijn in verschillende delen van het land te vinden, maar er zijn wel accentverschillen. Een nieuwe crisis in wording?


Regionale verschillen

Het UWV meet de vraag naar beroepen door het aantal openstaande vacatures af te zetten tegenover het aantal kortlopend werklozen dat die vacatures kan vullen. Bij arbeidsmarktkrapte zijn er dus meer banen dan mensen om die op te vullen en dat maakt dat bedrijven moeilijk personeel kunnen werven. Hoofd arbeidsmarktsituatie van het UWV, Rob Witjes, ziet dat het aantal vacatures in het 2e kwartaal over de volle breedte is toenemen. Zo was de markt voor hoveniers, kwekers en tuinders voor Zuid-Holland, Noord-Holland en regio Zwolle in het 2e kwartaal van 2020 nog in balans. Inmiddels zijn er er veel meer mensen nodig voor deze groepen en regio's. Begin dit jaar ontstond al een tekort voor verkopers en vertegenwoordigers in Zeeland en Noord-Brabant. Inmiddels zijn daar telefonistes en receptionisten bijgekomen. En dan is er ook nog de groep loopbaanadviseurs en personeelsspecialisten, in het bijzonder voor Zuid-Limburg en de regio Zwolle, waar een tekort aan is. En juist zij moeten de mensen gaan vinden.

Oplossingen

Snelle oplossing voor de korte termijn zijn niet voorhanden. De bevolkingssamenstelling speelt ons parten. Het aantal jongeren neemt af en het aantal ouderen groeit des te harder. Tegelijkertijd zijn er volop oplossingen. Een oud recept: mensen uit het buitenland halen. Of wat we al vaker zien: mensen omscholen. Beide kosten echter veel tijd en energie. Maar als deeltijdland pur sang ligt er in Nederland ook een snelle oplossing in het verschiet: meer gaan werken. Hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen benadrukt dat werken dan wel aantrekkelijker gemaakt moet worden. Wilthagen wijst er ook op dat mensen in een krappe arbeidsmarkt steeds meer eisen kunnen gaan stellen, terwijl de afgelopen jaren juist het omgekeerde gold. In een tijd dat mensen steeds meer zinvol werk zoeken iets om serieus rekening mee te houden. 



Extra budget voor mensen met psychische aandoeningen

28-06-2021

Het kabinet trekt 18 miljoen euro uit voor IPS-trajecten om de baankansen voor mensen met een psychische aandoening te vergroten. Met dit bedrag kunnen 2300 trajecten voor 2021 en 2022 gestart worden. Meer dan 4 op de 10 Nederlanders krijgt te maken met psychische problemen waarvan een aanzienlijk deel geen betaald werk heeft. 

Sterk door werk convenant

Het succes van IPS

Oorspronkelijk afkomstig uit de VS weet de re-integratiemethode IPS veel mensen aan het werk krijgen. IPS heeft als bijzonderheid dat er tijdens de behandeling bij het ggz reeds aandacht besteed wordt aan het vinden van werk. IPS blijkt bij 44% van de deelnemers aan te slaan. Dat wil zeggen dat zij binnen 30 maanden betaald werk hebben. Bij andere methodieken is dit 25%. Dit levert zowel mensen met een psychische aandoening als de samenleving veel op. Zo neemt de mentale gezondheid van deze groep toe, komen ze uit de uitkering en hebben minder zorg nodig. Voor werkgevers levert het gemotiveerde werknemers op die vaak boven verwachtingpresteren ondanks de koudwatervrees die bestaat voor het aannemen van mensen met psychische problemen.  

Sterk door werk en samenwerking

IPS is een belangrijk uitgangspunt van het convenant Sterk door Werk. In dit samenwerkingsverband werken verscheidene organisaties samen, zoals het UWV, de Vereniging voor Nederlandse gemeenten, Zorgverzekeraars, Cedris en de ggz. Volgens minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is het heel goed dat mensen tijdens hun behandeling al in gesprek raken over de stap naar werk. 'Door behandeling en re-integratie te combineren, breng je in een vertrouwde omgeving kansen met elkaar in beeld.' Het ministerie van Koolmees en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport trekken hier gezamenlijk op. Volgens staatssecretaris Blokhuis van het laatste ministerie is werk niet alleen een medicijn dat kan werken om psychische problemen het hoofd te bieden maar kan het ook helpen om er structureel op een gezonde manier mee te leven. 

 

UWV zoekt naar oplossingen voor burgers die in de knel raken in systemen

25-06-2021

Het UWV wil voorkomen dat burgers tussen wal en schip vallen in de systemen van de uitvoeringsorganisatie en de soms strikte wetgeving. Hiervoor is een speciale afdeling ontwikkeld, de zogenaamde maatwerkplaats. Hierin zitten professionals van het UWV die vanuit verschillend perspectief naar de casus kijken.


Niet de bedoeling casussen

Een strenge wetgeving en de organisatiestructuur van het UWV kunnen hulp aan de burger in de weg zitten, zo erkent ook de uitvoeringsorganisatie zelf. Daarvan zijn diverse voorbeelden aan te dragen. Arbeidsongeschikten die in de problemen komen door een herbeoordeling. Mensen die gaan werken op de eerste dag dat ze een WIA-uitkering ontvangen waardoor werkgevers loonkostenvoordelen mislopen. Of mensen met een een IVA-uitkering die weer naar vermogen willen gaan werken maar niet in aanmerking komen voor een re-integratietraject. Jaap van Dooren, een van de coördinatoren van de landelijke maatwerkplaats, noemt ze 'dit-kan-niet-de-bedoeling-zijn-casussen' in een artikel van Trouw. Medewerkers die met zo'n zaak te maken krijgen kunnen deze gevallen sinds november 2020 doorzetten naar de maatwerkplaats. Daar komen medewerkers van verscheidene afdelingen samen om te brainstormen over een passende oplossing vanuit juridisch, economisch en maatschappelijk perspectief. Tot de afdelingen behoren bijvoorbeeld 'uitkeren', 'invorderen' en 'sociaal medische zaken'.

Evaluatie

Inmiddels zijn er 140 zaken bij de maatwerkplaats terecht gekomen waarvan er reeds 90 zijn opgelost. De rest wordt nog in behandeling genomen of vereisen extra brainstormsessies. Zo is er een voorbeeld van iemand die sinds 2009 een Wajonguitkering ontvangt. Na 10 jaar uitkering wilde hij graag weer aan het werk. Maar zijn arbeidsdeskundige merkt dat zijn motivatie afneemt tijdens het re-integratietraject. Debet hieraan is een schuld van 15.000 euro die hij bij het UWV heeft als gevolg van baantjes tussen 2013 en 2018 die niet op de juiste manier zijn doorgegeven. Daarbovenop kwam nog een boete van 5.000 euro. De maatwerkplaats constateert dat de boete moet worden kwijtgescholden omdat men constateert dat hem niet te verwijten valt dat hij niet op tijd in bezwaar is gegaan. De grote UWV organisatie hoopt met de maatwerkplaats ook dat de verschillende afdelingen elkaar beter gaan vinden. Verder verkrijgt het UWV met de maatwerkplaats nuttige informatie over situaties die problemen verzoorzaken. Wetten en regelgeving kunnen in de praktijk namelijk anders uitpakken dan beoogd was.  

 

 

Onbenut arbeidspotentieel is gestegen

29-05-2021

Het onbenut arbeidspotentieel steeg in 2020 met bijna 100.000 naar 1,1 miljoen Nederlanders. Ook de werkloosheid nam na vijf jaar daling weer toe. In dit artikel meer over de verschillen tussen onbenut arbeidspotentieel en werkloosheid. Verder kijken we naar regio's die daarbij goed en minder goed scoren.

Parttime baan en onbenut arbeidspotentieel

Gemeentes met hoogst onbenut arbeidspotentieel 

Het onbenut arbeidspotentieel steeg in 2020 in Nederland van 7,8 naar 8,5 procent. Met deze term worden zowel werklozen als andere groepen bedoeld. Bijvoorbeeld parttimers die meer zouden willen werken, een groep die niet wordt meegeteld bij de reguliere werkloosheidscijfers. Met 12,8 procent scoort de gemeente Groningen het slechtst. Met percentages van 11% procent en meer volgen grote steden als Amsterdam en Rotterdam. Opvallend is dat ook het Limburgse grensplaatsje Vaals in dit rijtje opduikt. Met slechts 54 procent is de arbeidsparticipatie van Vaals zelfs het laagst van alle gemeenten in Nederland (het gemiddelde ligt op 68%). Met minder dan 6 procent zijn het Zeeuwse Borsele en Schouwen-Duivenland en het Brabantse Altena voorbeelden van gemeentes die het arbeidspotentieel juist bovengemiddeld goed weten te benutten. Van alle gemeentes in Nederland werken de meeste mensen in Urk: 76,6 procent.

Werkloosheidscijfers zeggen niet alles

De werkloosheid steeg in 2020 van 3,4 naar 3,8 procent. Maar de afgelopen vier maanden werd dit rap ingelopen en imiddels zijn we weer terug bij 3,4 procent. Maar volgens het CBS houdt dit ook verband met het gegeven dat minder mensen naar nieuw werk zochten. Ook de vraag naar WW-uitkeringen liep in 2021 terug. Daarbij moet worden opgemerkt dat voor sectoren als de bouw en horeca het voorjaar positief uitpakt. Dat het werkloosheidscijfer niet alles zegt, blijkt uit de cijfers voor Friesland. Daar lag het werkloosheidspercentage keurig op 2,7 procent, maar schijn bedriegt. In Friesland is namelijk veel verborgen werkloosheid in de vorm van semiwerklozen en deeltijdwerkers die meer zouden willen werken. De situatie van de provincie Drenthe is wat dat betreft vergelijkbaar met Friesland. 

 

Blog