re-integratie kiezen logo
Blog

Re-integratie en re-integratiebedrijven in het nieuws

Lees hier informatieve interviews met re-integratiecoaches en loopbaan professionals en interessante artikelen over re-integratie.

Fith: de kracht van senior adviseurs bij arbeidsbemiddeling

16-02-2018

Fith biedt landelijke dekking op het gebied van arbeidsbemiddeling, zoals re-integratie 1e en 2e spoor en outplacement. Opvallend is dat ze bij hun bemiddeling uitsluitend gebruik maken van senior adviseurs. Het maakte ons nieuwsgierig naar hun werkwijze. Daarom stellen we deze maand vijf vragen aan directeur Richard Roth.

fith interview

1. Fith maakt alleen gebruik van senior adviseurs. Kun je wat meer vertellen over de filosofie hierachter?

‘Deze filosofie is ontstaan uit de overtuiging dat de inzet van mensen met veel werk- en levenservaring en een groot netwerk het verschil kan maken voor mensen die op eigen kracht moeilijk werk vinden. Denk bijvoorbeeld aan mensen die ziek zijn, of arbeidsongeschikt.’

Van de senior adviseurs zijn er ongeveer 35 die werkzaam geweest bij Defensie. Fith heeft een traject specifiek gericht op het begeleiden naar werk buiten Defensie. 

2. Wat maakt dit traject voor Defensiemedewerkers anders dan een traject voor werknemers die niet bij Defensie werkzaam waren/zijn?

‘Defensie is een atypische organisatie door haar activiteit. Men zet zich in voor volk en vaderland en als men dan ziek wordt, bijvoorbeeld door een uitzending naar oorlogsgebied, dan krijgt een 2e spoortaject een extra dimensie. Zo’n traject is dan niet meer alleen een zaak die werkgever en zieke werknemer aangaat, maar iets dat politiek en maatschappelijk zeer kritisch gevolgd wordt.’

3. In het meest recente ‘Blik op werk’-rapport scoren jullie maar liefst een 8,6 op de re-integratietrajecten 1e en 2e spoor. Wat is jullie geheim?

‘Het meest logische antwoord is dat je deze vraag het beste aan onze klanten kunt stellen. Zelf denk ik dat het komt door de inzet van onze senior adviseurs, een ontzettend sterke backoffice en onze brede kijk en hoeveelheid contacten op de arbeidsmarkt. Hierdoor voelt de klant zich gehoord en gezien en worden nieuwe perspectieven op werk gevonden en geconcretiseerd.’

4. Wat kunnen jullie betekenen voor een werkgever die eigenrisicodrager is voor de WGA?

‘Die kunnen we veel kosten besparen door hun werknemers die een WGA-uitkering hebben weer perspectief te bieden. We leggen contact met de WGA-er door bij hem of haar op huisbezoek te gaan. Dit werkt goed, doordat deze persoon zich vaak al langere tijd niet gezien voelt. Hierdoor ontbreekt het vaak aan enthousiasme en motivatie. Tijdens het huisbezoek inventariseren we de persoonlijke situatie en competenties. Deze competenties gebruiken we om werkmogelijkheden in kaart te brengen. Hierdoor ontstaan vaak nieuwe beroepsperspectieven en hernieuwd enthousiasme. Door aan deze perspectieven concreet nieuw werk te koppelen komen werknemers met een WGA-uitkering weer aan de slag. Vaak gaan we nog een stapje verder door samen met eigenrisicodrager de mogelijkheden te inventariseren om gegarandeerd schadelast te beperken. In het kader hiervan is het interessant om te vermelden dat we eind vorig jaar Fithflex (en binnenkort Flincl) zijn begonnen. Fithflex zoekt mensen bij werk dat we beschikbaar hebben. Dit betreft fulltime en parttime werk, in de vorm van banen maar ook losse klussen. Indien nodig stapelt Fithflex parttime werk om mensen voldoende uren te bieden. Met Fithflex kunnen we dus aanvullende kansen bieden aan onder andere werknemers met een WGA-uitkering.’

5. Fith biedt diensten aan in alle regio’s in Nederland. Hoe zorgen jullie ervoor dat de regionale netwerken up-to-date blijven?

‘Ons netwerk van werkgevers houden wij actueel doordat onze adviseurs hun warme contacten goed onderhouden. Daarnaast plaatsen ze alleen kandidaten die echt bij de betreffende baan passen. Het vertrouwen dat dit oplevert biedt vaak ruimte voor nieuwe kandidaten bij de betreffende werkgever. Daarnaast organiseert Fith regionale bijeenkomsten voor haar adviseurs, waar netwerken worden gedeeld. Hierdoor worden kansen voor kandidaten vergroot. Ook wordt er tijdens die bijeenkomsten besproken welke werkgeverscontacten we nog missen en wordt samen met de regionale adviseurs een plan opgesteld en uitgevoerd om ons netwerk van werkgevers uit te breiden. Verder onderhoudt onze backoffice de contacten met werkgevers waarmee we eerder zaken hebben gedaan. Zo worden oude contacten dus warm gehouden. Ons eigen netwerk van adviseurs houden we up-to-date door ze intern op te leiden en te trainen. Iedere 4 tot 6 weken organiseren we in alle regio’s adviseursbijeenkomsten. Daarnaast organiseren we 4 keer per jaar themadagen omtrent een actueel onderwerp. De laatst themadag hadden we het bijvoorbeeld over de nieuwe privacywetgeving.’

Gebruik van big data bij re-integratie

03-02-2018

Hoeveel effect begeleiding bij re-integratie precies heeft, is moeilijk meetbaar. Wie zegt dat iemand die met begeleiding een succesvol re-integratietraject heeft doorlopen, dat niet ook had kunnen doen met andere of zelfs zónder begeleiding? Onderzoek aan de hand van big data zou deze effectiviteit moeten verhogen en beter zichtbaar kunnen maken.

Re-integratie in BOLD-cities

Merel Schuring van Erasmus MC werkt sinds kort aan het big data onderzoek ‘Re-integratie in BOLD-cities’. Dit gebeurt in samenwerking met Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit. BOLD is hier een afkorting voor Big, Open and Linked Data. Het BOLD-centrum is opgericht om onderzoek te doen naar grootstedelijke vraagstukken en in dit geval dus naar re-integratie. Het doel van dit project is om uit te zoeken of de effectiviteit van gemeentelijk re-integratiebeleid verbeterd kan worden en of gepersonaliseerde re-integratietrajecten gemaakt kunnen worden.

Opzet van het big data-onderzoek

Voor dit re-integratieonderzoek wordt gebruikt gemaakt van zogenoemde ‘linked data’. Verschillende databestanden worden aan elkaar gekoppeld om een meer compleet beeld van een individu te krijgen. Er worden bijvoorbeeld data over gezinssituatie, werkverleden, sociaal-demografische kenmerken en medicijngebruik gekoppeld. Hieruit ontstaan klantprofielen. Deze klantprofielen moeten uiteindelijk gebruikt kunnen worden om het re-integratietraject beter bij ieder individu aan te laten sluiten.

Privacy bij big data

Omdat er voor het onderzoek gebruik gemaakt wordt van persoonlijke gegevens van cliënten die te maken hebben met WMO of Participatiewetgeving, ligt het gevaar op de loer dat de privacy van de onderzochte cliënten in het geding komt. Om dit te voorkomen leveren de deelnemende gemeenten hun gegevens aan bij het CBS. Het CBS zorgt voor verwerking en anonimisering van de data. Ook de resultaten van het onderzoek zullen alleen gedeeld worden wanneer de anonimiteit van de cliënten volledig gewaarborgd is.

Verbetering re-integratie door big data

Uit het big data-onderzoek zal uiteindelijk moeten blijken of de achtergrond van cliënten invloed heeft op de uitstroom naar werk. Ook de invloed van andere factoren, zoals schuldenproblematiek of zorgbehoefte zal worden onderzocht. Uiteindelijk kan uit het onderzoek blijken dat bepaalde interventies bijvoorbeeld leiden tot minder zorgbehoefte. Een dergelijk onderzoeksresultaat zou daardoor niet alleen interessant zijn voor gemeentes, maar ook voor bijvoorbeeld zorgverzekeraars.

Politie betaalt miljoenen aan loonsancties

21-01-2018

Uit onderzoek van EenVandaag blijkt dat de politie jaarlijks voor miljoenen overmaakt aan het UWV. Omdat het re-integratiebeleid voor zieke werknemers niet op orde is, krijgt de politie veelvuldig loonsancties opgelegd. De problemen op het gebied van begeleiding van zieke werknemers zijn er al veel langer.

politie handboeien arrestatie

Politiemensen zitten thuis

Vorig jaar bleek al dat er zo’n 3000 politiemensen ziek thuis zitten. Contact tussen deze mensen en hun werkgever is er nauwelijks, waardoor er van re-integratie amper sprake is. Gerrit van der Kamp, voorzitter van politiebond ACP, maakt zich hier in De Telegraaf boos over. Hij noemt daar de omgang van zieke werknemers bij de politie en noemt de belastingbetaler als degene die de miljoenen aan loonsancties uiteindelijk moet betalen.

Doel van de loonsanctie

Het UWV legt een loonsanctie op wanneer er volgens deze instantie onvoldoende inspanning is verricht op het gebied van re-integratie. Als boete moet de werkgever dan maximaal een jaar langer het loon van de zieke werknemer doorbetalen. Gedurende deze periode mag de werknemer ook niet ontslagen worden. In de praktijk levert dit dus vaak voor langere tijd dubbele loonkosten op: niet alleen de zieke werknemer, maar ook een vervanger van deze werknemer moet betaald worden. In het geval van de politie kost dit jaarlijks dus miljoenen.

Oplossen re-integratieproblematiek politie

Ook de korpsleiding van de Nationale Politie reageert in De Telegraaf. Volgens de leiding heeft de problematiek rondom re-integratie van zieke werknemers al langere tijd de volledige aandacht. Sinds in 2014 de omvang en de aard van het landelijk verzuim duidelijk werd, wordt er volgens de leiding hard gewerkt aan verbetering. Hoewel de verbeteringen misschien inmiddels in gang gezet zijn, is het duidelijk dat de politie de komende jaren de handen vol zal hebben aan het op orde brengen van de verzuimdossiers en het voorkomen van nieuwe loonsancties.

De bijstand als eindstation

13-01-2018

De Participatiewet heeft als doel zo veel mogelijk mensen (weer) deel te laten nemen aan het arbeidsproces. In de praktijk blijkt dit doel nog niet zo makkelijk te behalen. Sterker nog: in veel gemeenten worden mensen met een bijstandsuitkering aan hun lot overgelaten. Hierdoor dreigt de bijstand voor deze mensen geen tussen-, maar eindstation te worden.

werk man buiten

Alleen hulp voor de kansrijke werkloze

Volgens de Participatiewet is het gewenst dat iedereen met een uitkering voor die uitkering een tegenprestatie levert die van maatschappelijk nut is. Gemeenten blijken hun bijstandsgerechtigden echter op te delen in twee groepen: de kansrijke en de kansarme groep. Het budget dat de gemeenten hebben, besteden zij aan de groep kansrijke bijstandsgerechtigden. De kansarme groep valt buiten de boot en ook de tegenprestatie raakt ondergesneeuwd. Werken aan de eigen gezondheid, of het deelnemen aan computerlessen worden daardoor voor deze groep al als goede tegenprestatie gezien.

Te weinig budget voor gemeenten

Wethouders in heel Nederland klagen al langer over het budget dat zij hebben om de Participatiewet uit te voeren. Volgens hen is er onvoldoende budget om iedere uitkeringsgerechtigde te laten re-integreren op de arbeidsmarkt. Niet verwonderlijk dus dat gemeenten zich vervolgens voornamelijk richten op de kansrijken. Overigens zijn veel gemeenten het ook niet eens met het standpunt dat zij te weinig zouden doen voor de kansarmen. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat de meeste wethouders vinden dat zij wel degelijk ook de kansarmen helpen door het aanbieden van allerlei activiteiten.

Kansarme bijstandsgerechtigde opgegeven

Uit het onderzoek van de UvA trekt hoogleraar actief burgerschap Monique Kremer echter andere conclusies. Volgens haar is in ieder geval de helft van alle bijstandsgerechtigden opgegeven door de gemeenten. Deze mensen hoeven niet meer te solliciteren, maar krijgen op dit vlak ook geen hulp meer. Monique Kremer ziet echter nog kansen voor deze mensen en benadrukt het belang van persoonlijke aandacht. In veel gevallen krijgt de bijstandsgerechtigde slechts een keer een persoonlijk gesprek met een professional. Slechts één gesprek is echter niet voldoende om mensen te activeren en actief te houden. Op dit vlak zou dus nog heel wat winst te behalen zijn. Zolang hiermee niets wordt gedaan, lijkt de bijstand helaas voor een grote groep mensen het eindstation te blijven.

Re-integratietraject bij faillissement eigenrisicodrager in handen verzekeraars

05-01-2018

Op 14 december jl. heeft minister Koolhuis van Sociale Zaken een convenant ondertekend. Dit deed hij samen met het UWV en het Verbond van Verzekeraars. Beide instanties zijn betrokken bij re-integratie van zieke werknemers. Het doel van het convenant is het voorkomen van het doorschuiven van dossiers als het gaat om re-integratietrajecten bij een werkgever die eigenrisicodrager is voor de WGA.

munten geld klok

Oude situatie bij faillissement werkgever

Wanneer een werkgever eigenrisicodrager is voor de WGA, kan hij of zij re-integratietrajecten door de verzekeraar laten uitvoeren. Tot nog toe was het zo dat bij onverhoopt faillissement van de werkgever, de re-integratiedossiers door de verzekeraar overgedragen moesten worden aan het UWV. Van deze regeling werden uiteindelijk de re-integrerende werknemers vaak de dupe. Het overdragen van dossiers kostte tijd en er ontstond door de overdracht een grote kans op kwaliteitsverlies. Een onwenselijke situatie, waarover ook de Tweede Kamer niet tevreden was. In 2016 werd daar een motie aangenomen waarin werd opgeroepen de uitvoering van lopende dossiers in handen van de verzekeraar te laten.

Nieuwe situatie re-integratie bij failliete werkgever

Door de ondertekening van het convenant wordt er een eind gemaakt aan deze onwenselijke situatie. Verzekeraars die garant staan bij faillissement van een verzekerde werkgever, mogen vanaf nu al lopende re-integratietrajecten afmaken. Overdragen naar het UWV is dus niet meer nodig. Daarnaast kunnen zij onder bepaalde voorwaarden binnen een vooraf vastgestelde periode ook nieuwe re-integratietrajecten aanmelden bij het UWV en daarna zelf uitvoeren. Overigens kunnen de re-integratietrajecten alleen doorlopen of aangemeld worden wanneer de eigenrisicodrager hiermee akkoord gaat. Als de failliete werkgever niet akkoord gaat, zal het UWV de dossiers alsnog overnemen. In dat geval zal het doel van het convenant (continuering van lopende re-integratietrajecten) dus niet bereikt worden.

Sociale werkplaatsen richten zich meer op re-integratie

31-12-2017

 De Participatiewet, die in 2015 in werking trad, voegde de bijstandswet, de Wajong (uitkering voor jonggehandicapten) en de wet sociale werkvoorziening samen. Het doel van deze samenvoeging was het creeëren van een voorziening voor alle mensen die onderaan de arbeidsmarkt zitten. Sociale werkplaatsen zagen sluiting aankomen, en besloten er werkzaamheden bij te zoeken.

Van sociale werkplaats naar reguliere werkgever

De sociale werkplaatsen waren oorspronkelijk bedoeld om mensen die het op de arbeidsmarkt niet redden een werkplek te kunnen geven. Rond 2008 kwamen er echter steeds meer stemmen op dat deze gesubsidieerde werkplaatsen geen goede oplossing waren. Politici voelden er meer voor om deze mensen bij een reguliere werkgever te plaatsen. Niet alleen zou dit goedkoper zijn voor de overheid, het zou ook nog eens het gevoel van eigenwaarde van deze mensen vergroten. Om reguliere werkgevers te stimuleren om arbeidsbeperkten in dienst te nemen, gaf het Rijk bonussen uit. Deze werkwijze bleek echter veel te duur en leverde ook nog eens te weinig nieuwe arbeidsplaatsen op.

Meer plaats voor arbeidsbeperkten?

In 2013 werd het banenplan geïntroduceerd. Volgens dit plan zou het bedrijfsleven ervoor moeten zorgen dat in 2025 honderdduizend mensen met een arbeidsbeperking aan een reguliere baan waren geholpen. Daarnaast zou de regering nog eens 25000 extra werkplekken creëren. Sociale werkplaatsen zagen de bui al hangen en zochten nieuwe manieren om levensvatbaar te blijven. De afgelopen jaren hebben veel werkplaatsen ruimte gemaakt voor re-integratietrajecten. Andere sociale werkplaatsen richten zich op ouderen, die moeilijk aan de slag komen, of op statushouders. Daarnaast kregen veel sociale werkplaatsen er een functie van uitzendbureau bij, waarbij arbeidsbeperkten ‘uitgeleend’ werden aan reguliere werkgevers.

Banenplan heeft nog niet het gewenste effect

Het banenplan is nu vier jaar in werking, maar al in 2015 gaven ondernemers aan dat het plan niet uitvoerbaar leek. In de praktijk bleken de beperkingen van de arbeidsbeperkten namelijk zo groot te zijn, dat werkgevers geen kansen voor hen zagen op de reguliere arbeidsmarkt. Dit jaar sloegen 265 wethouders alarm. De gemeenten hebben een belangrijke taak bij de ondersteuning van arbeidsbeperkten richting werk, maar hebben onvoldoende budget om deze taak goed uit te voeren. Inmiddels zitten veel arbeidbeperkte mensen thuis. Bij de sociale werkplaats is voor hen geen plaats meer. Daar zitten nu mensen die een re-integratietraject volgen of langdurig werkloos zijn. Maar ook bij reguliere werkgevers is geen plaats, omdat de arbeidsbeperkingen voor te veel problemen of bezwaren zorgen. Het gewenste effect van dit ambitieuze banenplan blijft vooralsnog dus uit.

Thuiswerken en ziekteverzuim [feiten en fabels]

15-12-2017

Niet iedere werkgever is even blij met medewerkers die (gedeeltelijk) thuiswerken. Het is een hardnekkige gedachte dat werknemers thuis minder efficiënt werken dan op de zaak. In plaats van het doorlezen van dat rapport, kan bijvoorbeeld best even het gras gemaaid worden. Toch blijkt uit nieuw onderzoek dat thuiswerken zo slecht nog niet is: het lijkt namelijk een positief effect te hebben op het ziekteverzuim.

Lager ziekteverzuim, hogere productiviteit

Het Chinese callcenterbedrijf CTrip liep aan tegen hoge kosten van huisvesting. Om die kosten te verlagen ontstond het plan om werknemers thuis in plaats van op kantoor te laten werken. Van de ongeveer 1000 werknemers zag de de helft dat wel zitten. Deze groep mocht 9 maanden lang thuiswerken. In de eerste plaats werden hier natuurlijk de kosten voor huisvesting mee verlaagd. Het experiment leverde echter nog een paar interessante conclusies op. De productiviteit bleek namelijk te stijgen, terwijl het ziekteverzuim juist daalde. Ook bleek het verloop in personeel kleiner te worden. Al met al bespaarde het bedrijf door dat thuiswerken uiteindelijk zo’n 1600 dollar per medewerker per jaar. Maar misschien nog wel een belangrijker constatering: niet alleen de werkgever, maar ook de werknemer leek dus te profiteren van deze nieuwe situatie.

Thuiswerken in Nederland

Natuurlijk zullen er verschillen zitten tussen de werksituatie in China en die in Nederland. Toch ondersteunt ook onderzoek dichter bij huis dat thuiswerken positieve effecten heeft. In het AD vertelt Joost Arts (Schrijver van ‘Hoe zit dat nu eigenlijk? Feiten en fabels in management’) dat ook in Nederland steeds meer werkgevers zien dat thuiswerken waardevol kan zijn. Uit onderzoek is onder meer gebleken dat thuiswerkers 1,5 uur meer werken dan werknemers die op kantoor zitten. Dit komt grotendeels doordat thuiswerkers minder pauze nemen. Hoewel dit niet perse een positieve ontwikkeling lijkt, blijkt ook hier uit onderzoek dat het ziekteverzuim afneemt door thuiswerken. Als gevolg daarvan nemen ook kosten voor re-integratie af. Het lijkt voor werkgevers dus hoog tijd om dat wantrouwen ten opzicht van thuiswerken van zich af te schudden. Daarmee zullen ze niet alleen zichzelf, maar ook hun werknemers een plezier doen.

Risico op burn-out verkleinen? [5 tips]

06-12-2017

Bent u hoogopgeleid? Dan zou u ook zomaar kunnen behoren tot die 10 procent hoogopgeleiden met een verhoogd risico op een burn-out. Dit hoge risico blijkt uit cijfers die Intermediair verzamelde, samen met Neyenrode Business Universiteit.Burn-out blijkt een belangrijke oorzaak van ziekteverzuim en daarbij horende re-integratie.

Risicogroepen burn-out

Uit hun onderzoek onder meer dan 70.000 werkende Nederlanders blijkt dat vooral vrouwen een verhoogde kans hebben op een burn-out. Er zijn echter meer risicogroepen. Zo lijken werkenden die jonger zijn dan 36 jaar ook een grotere kans hebben op dergelijke klachten. Uit de cijfers blijkt ook dat werken in bepaalde branches het risico op een burn-out verhoogt. Dit gaat dan om branches waarin vaak sprake is van een hoge werkdruk, zoals de horeca, het onderwijs en marketing en communicatie. Nog groter wordt het risico wanneer de werknemer een flexibel contract heeft.

Burn-out voorkomen [5 tips]

Het spreekwoord luidt niet voor niets: Voorkomen is beter dan genezen. Met behulp van deze 5 tips kunt u de kans op een burn-out verkleinen.

• Tip 1. Lachen is gezond. Dit klinkt afgezaagd, maar werkt echt. Lachen is goed voor de gezondheid. Samen lachen met collega’s verstevigt ook nog eens de onderlinge band en de sfeer. 

• Tip 2. Leg u erbij neer dat u sommige dingen niet in de hand heeft. Over deze zaken kunt u zich druk maken, maar dat heeft geen enkele zin. Laat ze los en voorkom stress!

• Tip 3. Slaap genoeg. Een mens heeft gemiddeld 8 uur slaap nodig. Wanneer u uitgeslapen bent is het makkelijker om met moeilijkheden om te gaan.

• Tip 4. Vraag op tijd hulp. Heeft u een paar strakke deadlines? Schakel op tijd collega’s in die u kunnen helpen met het halen van die deadlines. Als u alles alleen moet doen, kan dat veel stress veroorzaken.

• Tip 5. Vergeet de pauze niet! Op sommige werkdagen is het zo druk, dat u misschien besluit om in de lunchpauze door te werken. Pauzes zijn echter broodnodig om even te relaxen en zaken los te kunnen laten. Voorkom stress en neem op tijd even rust!